Otter


Uiterlijk


De otter heeft een glanzende dichte donkerbruine vacht. Op de buik zijn de haren lichter van kleur. De buitenste laag van dekharen is waterdicht, en de binnenste laag bestaat uit dicht op elkaar geplante donsharen die luchthoudend zijn. De binnenste laag blijft onder water droog.De dekharen hechten uit het water aan elkaar en drogen vrij snel. De waterdichtheid van de vacht is van belang voor de otter om op temperatuur te blijven. Doordat de otter nauwelijks over onderhuids vetweefsel beschikt is een optimale conditie van de belangrijk, want het voorkomt voortijdige onderkoeling tijdens het jagen onder water.

Otter
Otter


De otter heeft een platte kop met bovenop de ogen en kleine afsluitbare oren en neusgaten op 1 lijn. Hierdoor blijven ze boven het water als de otter aan het wateroppervlak zwemt. De snuit is breed, zijn neus is sterk ontwikkeld, de snorharen zijn zeer gevoelig en zijn stevige wenkbrauwen doen dienst als voelsprieten in troebel water. Ze hebben korte krachtige poten met zwemvliezen tussen de tenen. De staart is lang en ovaal en tijdens het zwemmen doet het dienst als roer en stabilisator.

Leefgebied en voedsel


De otter komt bijna overal in Europa voor behalve op Ijsland en eilanden in de Middellandse zee. In het grootste deel van Azië, oa in Palestina, Siberië, Japan, Sri Lanka en Indonesië, en in Noordwest- Afrika van Marokko tot Tunesië. Ze Hun territorium loopt langs oevers van vooral zoetwatergebieden met voldoende bedekking, zoals rivieren, meren, kanalen, beken en moerassen. Otters kunnen zeven tot acht uur achter elkaar zwemmen, met een gemiddelde snelheid van 1,5 tot 2 kilometer per uur. Otters duiken gemiddeld tien tot veertig seconden onder water.
Otter


Otter
Otters zijn vooral 's nachts actief en leven voornamelijk solitair. Overdag gebruiken ze beschutte plaatsen als rietbedden, ondergrondse holten en holle bomen als rustplaats. Soms is de ingang van een hol onder water gelegen, het slaapgedeelte is dan voorzien van een luchtgat. De bodem van het slaaphol is bedekt met droog plantaardig nestmateriaal. Een dier gebruikt vaak meerdere vaste rustplaatsen en holen binnen zijn woongebied. Het zijn over het algemeen viseters, die ook kikkers, kreeftachtigen en soms ook vogels en kleine zoogdieren eten. Ze eten voornamelijk langzamere vissoorten als paling. Otters hebben grote hoeveelheden voedsel nodig, omdat jagen en voortbewegen in het water veel energie kost.

Voortplanting


Otters kunnen in het principe het hele jaar door jongen krijgen. Het nest ligt vaak in overstromingsvrije oeverholtes en worden regelmatig door de moeder verplaatst. De voorkeur gaat uit naar een rustig gebied. Het maximum aantal jongen is 5 per worp maar meestal zijn het er 2 a 3. Alleen de moeder zorgt voor de jongen. Na 10 tot 12 maanden zijn ze zelfstandig, maar vaak blijven ze nog enkele maanden in het territorium van hun moeder tot zij ze wegjaagd. Na 1-2 jaar zijn otters geslachtrijp. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwtjes voor het eerst jongen krijgen is 2 jaar. In gevangenschap kunnen otters 11 tot 15 jaar oud worden, in het wild redden ze dat helaas zelden. Daar worden ze gemiddeld 3 tot 4 jaar.


Otter