Bosuil





Uiterlijk


De bosuil is er in verschillende kleuren. De meest voorkomene is het bruine verenkleed met witte strepen en vlekken. Ook zijn er grijze uilen die qua kleur veel lijken op de Oeraluil en de Laplanduil. Door de grootte van 37 tot 43 cm is de bosuil echter duidelijk kleiner van formaat. Ook door de donkere ogen is de bosuil goed te onderscheiden van andere uilen. De kop is groot en rond en hij heeft geen oorpluimpjes. De zwarte ogen van de bosuil zitten aan de voorkant van de kop
Bosuil
Bosuil





Op de schouders heeft de bosuil een rij witte vlekken die erg opvallend zijn. Op de vleugels zitten twee rijen druppelvlekken. En er lopen zwarte dwarsbandjes overheen. De spanwijdte kan van 80 tot 95 cm zijn. De staart van de bosuil is kort en heeft ook zwarte dwarsbandjes.



Leefgebied en voedsel


De bosuil komt voor in loofbossen, stadsparken, tuinen en boomgaarden met oude bomen die veel nestgelegenheid bieden. Het liefst hebben ze een parkachtige omgeving met vijvers (trekt veel dieren aan) en gazon (makkelijk jagen).
Bosuil
Bosuil


De bosuil jaagt voornamelijk op muizen, maar ook andere kleine zoogdieren en vogels worden gegeten. Hij jaagt vrijwel alleen in de schemering en ''s nachts, overdag houdt de vogel zich schuil in de top van een boom. Tijdens het jagen gebruikt de bosuil vooral zijn gehoor waarmee hij zijn prooi lokaliseerd

Voortplanting


Bosuilen blijven hun hele leven bij elkaar en zijn trouw aan het territorium.
Het nest wordt oorspronkelijk alleen in loofbossen gebouwd, maar tegenwoordig broedt de vogel ook in parken en tuinen midden in de stad. In de broedperiode reageert de bosuil vaak erg agressief op iedere verstoring van het nest. De broedperiode loopt van februari tot juni. Het aantal eieren varieert van 3 tot 5. De broedduur is 28 tot 30 dagen. Na ongeveer 3 maanden zijn de jongen zelfstandig.
Bosuil